8 simpele tips die jou leren tekenen!

‘ Tekenen is net als zingen. Je kunt het of je kunt het niet’ . Hoe vaak ik dat wel niet gehoord heb.
Vlijend, vind ik het wel, want daarmee word in het algemeen bedoeld dat ik degene ben die het ‘wel kan tekenen’. Ik ben er van overtuigd dat dat niet is hoe het werkt.  In deze blog geef ik een aantal verrassende tips die iedere beginnende tekenaar naar een hoger level tilt.
Dus… laat je vooral niet beperken door je fixed mindset en mocht je de nieuwe Rembrandt of Escher willen worden: ga ervoor en leef je uit. Het vergt wat geduld en oefening. Maar ik geef je graag mijn tips over hoe je die tijd het beste en met het minste frustratie kunt vervullen en jouw tekenen naar een hoger level kunt tillen!

Papier om goed te tekenen

Papier om te tekenen

Goed papier is heilig. Echt. Geloof me, goed papier kan het verschil maken tussen museum- en prullenbak materiaal. Mijn eerste tip is dan ook. Gebruik nooit, en dan ook nooit, printpapier als je wil leren tekenen. Tuurlijk, als je maar lang genoeg probeert leer je er mee dealen. Doe het je zelf echter niet aan en investeer in een fatsoenlijk schetsboek. Ten slotte ziet het er ook vrij suf uit als je dalijk per ongeluk een meesterwerk maakt en het dan op zo’n slap printpapiertje staat. Andere redenen waarom je nooit printpapier moet gebruiken? Het papier is te dun, kreukt en beschadigT snel met gummen. Het wordt te snel krasserig omdat het papier glad is, en het ‘ pakt te weinig grafiet op ‘ .  Daardoor wordt het lastig om te experimenteren met donker en licht en kun je moeilijk schaduwen maken. Juist hetgeen waar  beginners het vaak mee worstelen. Ik zou zelfs durven te zeggen dat ik eerder zou investeren in goed papier dan in goede potloden/verf. Simpelweg omdat goed papier alles een stuk makkelijker maakt er daarmee een stuk meer invloed heeft op het eind resultaat!

Maar wat voor papier heb je dan nodig?

Het verschilt per materiaal. Voor nu beperk ik me tot iemand die gewoon een leuk beginnetje wil maken met tekenen zonder zich nog met bijzondere tekenmaterialen bezig houden.  Papier voor potlood of houtskool dus, En evt. kleurpotlood.
Belangrijk is dat het papier stevig is. Als je begint met tekenen, en helemaal als je begint met schaduwen maken is een iets ruwer papier fijn. Op ruw papier is het makkelijker oen tekening gelijkmatig te vullen/ in te kleuren, en je hebt wat meer controle over licht en donker. Als je veel met details gaat werken is fijn papier handiger, je kunt dan scherpere en dunnere lijnen maken, en je zult minder structuur (die de details teniet doen) in je tekening zien .
Op schetsboeken staat aangegeven wat de dikte is van het papier per mg/m2 . Een printpapiertje is 80mg/m2 en dat is dus absoluut te weinig. Kijk voor minimaal 120 mg/m2 , maar het liefst nog iets dikker. Goede en gerenomeerde merken zijn: Canson, Fabriano, Hahnemule, Daler-Rowney, clairefontaine en strathmore. Gespecialiseerde kunstenaarsbenodigdheden winkels hebben ook altijd wel een goedkoop eigen merk wat prima volstaat, en ook de schetsboeken van bv. De Flying Tiger vind ik persoonlijk best fijn ( Maar papier is zeer persoonlijk). Het is een kwestie van uitproberen wat bij je past.

Overtrekpapier

Tekenen met overtrekpapier

Ik heb een haat-liefde verhouding met overtrekpapier. Overtrekpapier is de photoshop van het tekenen. Sinds ik weet dat het bestaat en veelvuldig gebruikt wordt is de liefde met realistisch tekenen een beetje verdwenen. Desondanks is het een handig hulpmiddel, wat ik zelf zo nu en dan graag gebruik als ik om wat voor reden snel een schets van een foto, gelijkend op papier wil hebben.
Het punt is vooral dat het je de mogelijkheid geeft om te experimenteren met realistisch tekenen. Je zit niet te hannesen met schaduwen die niet goed uitkomen omdat de verhoudingen goed zijn, en je kunt je puur focussen op licht/donker/kleurwerking. Het voelt misschien als cheaten maar zie het in dat geval als een manier om goed te kunnen oefenen. Bovendien, grootse kunstenaars zoals Rembrandt maakte ook gebruik van een camera obscura en die zijn er ook niet minder succesvol om geworden.
Daarnaast is het resultaat vaak veel mooier dan wat je van jezelf gewend bent, en gaat het maken van kunst toch vooral om het creëren van een bevredigend eind resultaat. Het is dus behoorlijk bemoedigend. Vooral als je écht nog aan het beginnen bent.
Het fijnste en meest bruikbare overtrekpapier is Saral. Saral geeft niet de vlekken die bv. carbonpapier wel geeft als je overtrekt, is in verschillende kleuren verkrijgbaar op een grote rol, waardoor je ook met verschillende (en met grotere) formaten kan werken. Het is oa hier, bij gerstaecker, te verkrijgen.

Kijken/ kunst kijken

Iemand kijkt naar grote tekening
Wist je dat je beter leert tekenen van kijken naar kunst? Pak dus vooral je schoenen en spring in de trein naar het stedelijk museum om een Rembrandt te bekijken.
Naast de inspiratie die je krijgt van het kijken naar andermans werk, schijnt het zo te zijn dat wij zelfs in staat zijn om ons vaardigheden te vergroten door te kijken naar andermans kunst. We proberen dan namelijk  te visualiseren hoe iemand anders iets gemaakt zou hebben. Dat heeft dan te maken met spiegelneuronen. Signaaltjes in ons hersenen die ons in staat stellen om gedrag van anderen te kopiëren om zo zelf te leren/onszelf aan te passen. Zelfs als je de persoon niet eens ziet doen, maar je probeert voor te stellen hoe iemand het doet! Onderzoek (bron: https://www.care2.com/greenliving/this-is-what-happens-to-your-brain-when-you-look-at-art.html) heeft aangetoond dat het kijken naar kunst deze neuronen al activeert, en zo je vaardigheden vergroot.

Schetsen

Iemand schetst om beter te leren tekenen
Schetsen, ik vind het zelf behoorlijk inspannend en ben altijd blij als m’n lijnen weer op papier staan. Helaas valt niet te ontkennen dat regelmatig schetsen één van de belangrijkste dingen is om je tekenskills up to date te houden. Meer dan eens word schetsvaardigheid vergeleken met het trainen van een spier, die steeds sterker wordt naar mate je meer tijd investeert. Dit is ook de reden dat ik absoluut het argument ‘je kunt tekenen of je kunt het niet’ wil tegenspreken, want als je jezelf een maand de tijd geeft om iedere dag iets na te tekenen ga jij aan het einde van die maand versteld staan van je tekenskills. Helaas, het is geen Quick fix, maar  puur een kwestie van oefening baart kunt. Toch wil ik wel meegeven dat het verbazingwekkend is hoe snel  je kunt leren, ook als je zogezegd ‘Geen Talent hebt’.
Ik heb het zelf ervaren toen ik op de kunstacademie zat en iedere dag (saaie dingen) moest schetsen!
Mocht je nu wel een Quick fix willen, raad ik aan om vooral lekker aan de slag te gaan met Saral (overtrekpapier). Net zo leuk en een goede manier om aan andere technieken te oefenen. Wil je echter echt goed worden is het vooral een kwestie van tijd investeren en schetsen, schetsen, en nog eens schetsen.

Zelfvertrouwen als je tekent

Meisje vrolijk aan het tekenen

Dit is het grootste probleem waarmee de meeste mensen dealen, denk ik. Ze vergelijken zichzelf met andere mensen die 100x meer ervaring hebben, en denken ‘Zo goed word ik nooit’. Kan best zo zijn, maar dat betekent niet dat je geen mooie dingen kunt maken. Er zijn genoeg slechte tekenaars die prachtige dingen maken, en virtuoze tekenaars die het gebruiken op een manier waarvan ik denk ‘mwah’ .
Het is belangrijk om op zoek te gaan naar je eigen stijl en jezelf niet te vergelijken met anderen. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar als er iets is wat ik gezien heb op de kunstacademie is dat iedereen zijn eigen manier van werken heeft, zijn eigen ‘handtekening’ én dat het gras altijd groener is aan de overkant. Dat maakt helemaal niets uit, als jij je eigen stijl kunt vinden, daarbij kunt blijven en daar voldoening uit kan halen wordt het sowieso vet. Laat je dus vooral niet ontmoedigen door dat gevoel. En probeer te kijken wat er gaaf en uniek is aan je eigen stijl.

Diepte Creëren? Bij tekenen draait alles om hoe het licht valt 

voorbeeld licht/donker bij tekenen

We kennen allemaal nog wel de tekenlessen op de middelbare school waarbij we kubussen, kegeltjes en bollen moesten tekenen. Saai, maar wel een hele goede oefening. Hoe we de vorm waarnemen, en hoe we de diepte interpreteren heeft namelijk alles te maken met licht. Als je tekent moet je je dus continu bewust zijn van hoe het licht valt en hoe het licht zich verspreid. Als je in kleur werkt, is het belangrijk om te kijken of het een warme bron van licht is? Of juist een koele?
Door iets op te lichten haal je het dichterbij. Wil je dus reliëf in je tekening, maak je dus de diepe delen donker, en de hoge delen licht.
Verschillende stoffen verspreiden het licht op een andere manier. Probeer maar eens een jutte kleed en een satijnen kleed na te tekenen. Je zult zien dat er bij een satijnen véél glans, en dus licht en donker waar te nemen is. Door de manier waarop het licht verspreidt kun je dus ineens de suggestie van een hele andere textuur wekken.

Zwart papier

wist je dat je ook op zwart papier kunt tekenen?

Zwart papier, met wit kleurpotlood is superhandig als je lichtwerking wil oefenen. We zijn gewend om op wit te tekenen en schaduwen donker te maken, en lichte punten uit te sparen. Het punt is echter dat je juist met de lichte delen een tekening er echt uit kan laten springen. Hetgeen wat het lichtst is, is namelijk hetgeen wat zich het dichtstbij ons oog bevindt. Het kan dus heel leerzaam zijn om op zwart papier te gaan tekenen als je lichtval wil oefenen. Je wordt gedwongen om ineens niet naar de schaduwen te kijken, maar juist naar de oplichtende delen te kijken waardoor je ineens een heel ander perspectief krijgt op de lichtval van het object, en het gebruik van licht in je eigen tekeningen

Doezelaars

Kwasten om te tekenen

Beginnende tekenaars vegen vaak met hun vingers om schaduwen te creëren, omdat dit iets minder potloodbeheersing vergt dan zelf schaduwen tekenen. Niets mis mee, wat het geef een mooi zacht effect. Maar door onze huidolie kan het wel zo zijn dat het wat vlekkerig word waardoor het wat slordig oogt. Als je met grafiet of houtskool werkt is daar een simpele oplossing voor. Ofwel de colorshaper (de drie uiterste linkse op de foto), ofwel de doezelaar! De doezelaar is een handig papieren staafje met een scherpe punt die er voor bedoeld is om pastel of houtskool (of grafiet) uit te vegen. Je hebt op deze manier veel meer controle dan met je vingers. Voor mij ging er een wereld open toen ik de doezelaar ontdekte.
1 Nadeel; ze kunnen wel snel vies worden en als je met verschillende kleuren werkt is dat lastig. Met een schuurpapiertje kun je ze weer schoon schuren (pro-tip: probeer ze niet te slijpen). Een andere optie is de colorshaper, dit is een soort siliconen kwast die op een vergelijkbare manier kan dienen als een doezelaar (met als klein verschil dat een doezelaar het grafiet/kool/krijt wat meer in het papier drukt, en de colorshaper het wat meer uitwrijft) . Het ALLERgrootste voordeel van een colorshaper tov een doezelaar is dat je ze makkelijk met een papiertje schoon kunt vegen.
én? Ik ben benieuwd of er tips tussen stonden die jullie al toepaste! Laat het me weten in de reacties.
Vergeet ook vooral niet om mijn werk te checken op mijn instagram-account!

Een gedachte over “8 simpele tips die jou leren tekenen!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *